Beloken Pasen

Zondag 15 april 2007

"Bang? Om de dooie dood niet!…”
Christus is verrezen

img0ROME (Redactie) 15 april 2007 - De eerste christenen sloten zich op en waren bang, niet enkel voor de Joodse en Romeinse overheden, maar misschien wel het meest om die geruchten over de verrijzenis van Jezus. Hij verschijnt dan Zelf in hun midden en wenst hen vrede. Ze raken vol van Hem, van de Verrezene. Behalve die ene, die ongelovige Thomas. Hij wil zien en aanraken, horen en voelen. Totdat Hij Jezus in persoon mag ontmoeten, zijn vingers in de wonde mag leggen. Deze “ongelovige” apostel wordt dan tot gelovige en het evangelie tekent uit zijn mond de mooiste en kortste geloofsbelijdenis van alle tijden op: “Mijn Heer en mijn God”. Christenen hoeven niet meer bang te zijn voor de dood, want Christus is verrezen.

Vooraf

img1
Diakens onderelkaar v.l.n.r. Kees van Duin, Jan Joosten (Tilburg) en Jan Renders
img2
Na een oproep van pater Piet Cuijpers, sds, werd dhr. Wim Boerstoel (Castricum) als invalorganist gecharterd. En E. H. Han Akkermans, priester van het bisdom Breda en pastoor te Halsteren, versterkte de voorzang.
img3
Uitleg door Veronica Hahn
img4
Piet Cuijpers geeft de laatste instructies aan invalorganist Wim Boerstoel uit Castricum (NH)
img5
Op deze Beloken Pasen, de octaafdag van het Hoogfeest van Pasen, wordt de paasweek afgesloten. Een grote groep Nederlandse christenen had daartoe de trap naar de Friezenkerk bestegen. We vermelden de volgende groepen bezoekers: de Limburgse Bedevaarten (met E. H. Deken van Rens van Sittard), de parochie van O.L.V. – Moeder van Goede Raad uit Mariaheide, die dit jaar haar honderdjarig bestaan viert, de Willibrordusparochie uit Heiloo, de parochie O.L.V. Presentatie uit Anna Paulowna en vele individuele bezoekers.

De Viering

Celebrant: Celebrant: pater J.W.M. van Dril, OSA
Aanvang: 10:30 uur

Intrede
img6
Intredezang: "Christus die verrezen is..."
img7
Openingsgebed door voorganger pater J.W.M. van Dril, OSA uit Utrecht

Dienst van het Woord
img8
Eerste lezing: Handelingen 5, 12-16; mevrouw René Rijks
img9
Tussenpsalm: 118 I ; cantor Piet Cuijpers en Han Akkermans, priester van het bisdom Breda en pastoor te Halsteren, versterkte de voorzang
img10
Tweede lezing: Ap.1,9-11a.12-13; mevrouw Nelly Stienstra (Utrecht)

Evangelie
img11
Johannes 20, 19-31; diaken Jan Renders
img12
Homilie

“Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.”

Bang voor het goede nieuws…


img12bWe hebben zojuist gehoord dat dit de eerste woorden zijn die Jezus na Zijn verrijzenis spreekt tot Zijn leerlingen. Zijn leerlingen hebben al wel verhalen gehoord dat Hij verrezen is. Vrouwen hebben het graf leeg gevonden en hem gezien. Maria Magdalena heeft Hem niet alleen gezien maar ook met Hem gesproken en de opdracht gekregen het goede nieuws van de verrijzenis aan de leerlingen te gaan vertellen. Maar toch zijn de leerlingen kennelijk niet overtuigd en ze zijn bovendien bang: de deuren van hun verblijfplaats zijn gesloten uit vrees. Ze zijn bang voor de Joodse overheden, die hun Meester aan het kruis hebben laten nagelen. Maar zijn ze misschien ook bang voor de geruchten over de verrijzenis? Die zijn natuurlijk verbijsterend, ongelooflijk. Jezus heeft weliswaar een aantal malen voorspeld dat Hij na ter dood te zijn gebracht, na drie dagen zou verrijzen, maar de evangelisten laten er geen twijfel over bestaan dat de leerlingen daar niets van begrepen. Maar toch … stel dat het waar is.

Verwarring en wanhoop…

De leerlingen hebben nu niet bepaald een geweldig figuur geslagen bij de arrestatie van hun Meester en alles wat daarop volgde. Toen Jezus in de Hof van Olijven gevangen werd genomen, hebben ze Hem – met uitzondering van Johannes – allemaal in de steek gelaten en zijn weggevlucht. Petrus, die nog wel even in de buurt is gebleven, heeft Jezus tot driemaal toe verloochend, toen de grond hem te heet onder de voeten werd. De gevoelens van de leerlingen moeten zeer verward zijn geweest: verdriet, ja zelfs wanhoop, over het vreselijke lot van Jezus, maar tegelijkertijd ook wroeging, en misschien ook wel wanhoop, bij de gedachte aan hun eigen laffe rol. Hadden zij iets kunnen doen om Hem te redden?!

En dan staat Hij in hun midden en zegt: “Vrede zij u”. Hij is dus toch verrezen! Hij leeft! Maar het verwijt dat ze zullen hebben verwacht, waarvan ze ongetwijfeld vinden dat ze het hebben verdiend, blijft uit. Jezus zegt hun vrede aan, en voegt daaraan direct een opdracht toe: “Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u”.

Zending…

De apostelen moeten de zending van Jezus voortzetten, en Hij maakt ook meteen duidelijk waaruit die zal bestaan: “Als gij iemand de zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft, dan zijn ze niet vergeven”. Toen Jezus Zijn openbaar optreden begon, waren Zijn eerste woorden: “De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap” (Mc. 1, 15). De Blijde Boodschap is de verzoening van de mens met God, de vergeving van de zonden. Jezus heeft tijdens Zijn openbaar leven dikwijls gesproken over de verzoening en Hij heeft Zelf ook mensen hun zonden vergeven.

Verzoening…

Dat was een van de redenen waarom Zijn tegenstanders zo op Hem waren gebeten, want “wie anders kan zonden vergeven dan God alleen?” (Mc. 2,7) Nu krijgen de leerlingen de opdracht om die ultieme taak van verzoening in Jezus’ Naam op zich te nemen. Daartoe zullen ze in staat gesteld worden door de heilige Geest, die Jezus hun al eerder heeft beloofd.

De heilige Geest…

De komst van de heilige Geest als Helper en Trooster is onlosmakelijk verbonden met Jezus’ verheerlijking, dat wil zeggen: Zijn dood en verrijzenis. Tijdens Zijn afscheidsrede heeft Jezus het duidelijk gezegd: “Het is goed voor u dat Ik heenga; want als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen. Nu Ik wel ga, zal Ik Hem tot u zenden” (Joh. 16, 7). Nu blaast Hij over de leerlingen en zegt: “Ontvangt de heilige Geest”. In de kracht van de heilige Geest zullen ze zonden kunnen vergeven, verzoening met God kunnen bewerkstelligen. Door de gave van de heilige Geest, geschonken na Jezus’ dood en verrijzenis, zijn ze werkelijk nieuwe mensen geworden, mensen met een goddelijke opdracht.

Een belangrijke taak…

Er is hier een duidelijk verband te zien met het scheppingsverhaal in Genesis 2: de mens, uit stof van de aarde geboetseerd, wordt pas een levend wezen, een echte mens, als God hem de levensadem in de neus blaast. Als de verrezen Heer over Zijn leerlingen blaast en hun de heilige Geest schenkt, worden zij nieuwe, verloste mensen. Zij worden een nieuwe schepping met als taak ook andere mensen tot die nieuwe, verloste schepping te brengen.
Wij gedenken met Witte Donderdag, naast de instelling van de Eucharistie, de instelling van het priesterschap, als de leerlingen de macht en de opdracht krijgen Jezus’ offer steeds weer tegenwoordig te stellen onder de Gedaanten van brood en wijn. Hier krijgen ze er een belangrijke taak bij, die overigens in het verlengde van de eerste opdracht ligt, of liever gezegd er een belangrijke dimensie van is: zonden vergeven, verzoening bewerkstelligen. De Eucharistie is uiteraard het sacrament van liefde en verzoening bij uitstek. De Katholieke Kerk ziet in de opdracht om zonden te vergeven concreet zowel het sacrament van het Doopsel als het sacrament van Boete en Verzoening, toevertrouwd aan de apostelen en hun opvolgers. Maar om deze taak te kunnen vervullen, moeten ze zelf eerst nieuwe, verzoende mensen zijn, mensen die weten dat hun falen, hun tekortschieten, en dat nog wel op een wezenlijk moment, zonder enig verwijt is vergeven.

Mijn Heer en Mijn God…

Thomas, die de geschiedenis en het spraakgebruik is ingegaan als de ongelovige Thomas, is er niet bij en weigert aanvankelijk te geloven in de verrijzenis: hij moet eerst tastbaar bewijs hebben. Als de Heer weer aan Zijn leerlingen verschijnt, nodigt Hij Thomas uit zich inderdaad te vergewissen van de echtheid van Zijn lichaam. Dat is niet zomaar een wat griezelig betasten van wonden, wat het op schilderijen meestal wel lijkt, nee, daarbij wordt een heel belangrijk aspect van het geloof belicht: de Gekruisigde is de verrezen Heer en de verrezen Heer is de Gekruisigde. Zijn dood èn verrijzenis hebben de redding van de wereld tot stand gebracht. Thomas is meteen overtuigd en zijn uitroep wordt wel genoemd de kortste geloofsbelijdenis: “Mijn Heer en mijn God!” Het is dan ook de belijdenis van zijn hart.

Niet zien en toch geloven…

Dan voegt Jezus impliciet de derde dimensie aan de taak van de apostelen toe, die Hij elders explicieter zal noemen: de taak van getuigen en verkondigen: “Omdat ge Mij gezien hebt, gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben”. Of, misschien beter in een andere vertaling: “Zalig zij die niet zien en toch geloven”. Wie niet ziet en toch gelooft, doet dat op het gezag van de apostelen en hun opvolgers. Jezus bidt tijdens Zijn afscheidsrede voor de mensen die door het woord van de apostelen in Hem zullen geloven (vgl. Joh. 17, 20), en alle evangelisten getuigen dat Jezus na Zijn verrijzenis de apostelen de opdracht geeft aan alle volken in Zijn Naam bekering tot vergiffenis van de zonden te prediken en van Hem, Jezus, te getuigen (vgl. Luc. 24, 47-48).

Jezus’ aanwezigheid ervaren…

Zo wordt de link gelegd van de historische gebeurtenis naar de Kerk van vandaag, naar de mensen van alle tijden. Niet alleen de leerlingen worden als het ware overrompeld door Jezus’ grenzeloze barmhartigheid; nee, die is bedoeld voor iedereen, want de apostelen zullen zonden vergeven in Zijn Naam. Zij zullen van Hem getuigen en wij, evenals alle anderen die het horen, zullen geloven in de verrijzenis, de overwinning op de dood, ook al zien wij niet met onze menselijke ogen, maar alleen met de ogen van het geloof. Met Thomas zullen wij uitroepen: “Mijn Heer en mijn God”.
De evangelist benadrukt het in de laatste verzen van deze lezing: wat hij heeft opgetekend is bedoeld om zijn lezers te doen geloven in Jezus, de Zoon van God, opdat zij door te geloven leven mogen in Zijn Naam. In de Eucharistie die wij nu gaan vieren zal dit alles in vervulling gaan: wij zullen Jezus’ aanwezigheid ervaren, de aanwezigheid van de gekruisigde èn verrezen Heer, die ons vergeving en verzoening aanbiedt, zonder daarbij te letten op onze tekortkomingen. Daar hoort echter wel een opdracht bij, evenals in het geval van de apostelen. Ook wij moeten getuigen dat de Heer is gestorven en verrezen en dat iedereen die in Hem gelooft mag leven in Zijn Naam. Amen

Credo
img13

img14

Voorbeden
img15
Lector bij de voorbeden diaken Jan Joosten

Priester: Laten wij bidden tot God onze Vader, die ons allen roept om getuigen te zijn van de verrijzenis van Zijn Zoon.

Lector: Voor paus Benedictus, die morgen zijn 80ste verjaardag viert, om Gods zegen over zijn nieuwe levensjaar en zijn gehele pontificaat.

L. Voor de bisschoppen en de priesters, dat zij de Blijde Boodschap van Jezus’ dood en verrijzenis vol overtuiging verkondigen en Zijn barmhartigheid waarachtig aan de mensen meedelen.

L. Voor alle gedoopten, dat zij de moed vinden werkelijk te getuigen van de Blijde Boodschap en zich niet verschuilen achter de gesloten deuren van de vrees.

L. Voor alle mensen die gebukt gaan onder schuld en niet kunnen geloven dat God hun desondanks barmhartig wil zijn.

L. Voor roepingen tot het priesterschap, het diaconaat en het religieuze leven; dat mensen die Gods roepstem menen te horen daar edelmoedig op in gaan.

L. Voor onze kinderen en jongeren: dat zij door de liefde en het voorbeeld van hun ouders mogen ontdekken wat werkelijk belangrijk is in het leven en leren de weg van Jezus te gaan.

L. Voor de stervenden; dat zij bij de overgang naar het eeuwig leven God troostend nabij mogen weten.

L. Voor alle overledenen; dat zij nu verblijd mogen worden met de aanschouwing van de verrezen Heer.

Priester: Bidden wij een ogenblik in stilte voor onze persoonlijke intenties

Eucharistische Dienst
img16
Offerande
img17

img18
Collecte
img19
Eucharistisch Hooggebed
img20

img21
"Onze Vader..."

Communie

Slot
img22

img23
Namens het Wilibrordbestuur een dankwoord van Kees van Duin: Misschien is het u opgevallen dat ik vòòr de viering, de vaste kern, de vaste bezoekers van deze kerk niet heb verwelkomd. Dat had ik al persoonlijk gedaan. Wij zijn hier praktisch allemaal vrijwilligers die voor de zang, de uitleg, de lezingen en voor het schoonhouden zorgen, èn voor de koffie. Dus aan het eind van de viering kunt u straks een kopje koffie drinken. U hoeft niet te rennen voor de pauszegen, want als u de trap afloopt, ziet u de paus al staan.
img24
Zegen en wegzending

Na de Viering
img25

img26
Pastoor Herman Helsloot, priester van het Bisdom Haarlem en pastoor in Heiloo, bood een herdenkingstegel aan de Friezenkerk. Op de tegel staat een afbeelding van de kerk zelf. De ’tegels’ zijn gemaakt t.g.v. zijn 25 jarig priesterjubileum.
img27

img28

img29

img30

img31

img32

img33

Afdrukken E-mail