|
19e Zondag door het jaar Zondag 8 augustus 2010
Vooraf

Uitleg geschiedenis Teresa Murkens


De Viering
Hoofdcelebrant: pater Tiemen Brouwer, rector
Aanvang: 10:30u
Intrede


Intredezang: "Een smekeling, zo kom ik tot uw troon..."
Opening en begroeting

De genade van onze heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen.
Midden in de zomer zijn we bijeengekomen op deze, vanaf de Middeleeuwen, historische plek: de kerk van de Friezen, zo dicht liggend bij de grote broer, de St.Pieter, het hart van de wereldkerk. U bent van dichtbij gekomen, uit Rome en omgeving; u bent van verre gekomen op pelgrimstocht, als toerist om enkele dagen te genieten van deze stad van cultuur, van geloof, van schoonheid. Vanmorgen bent u hier voor een moment van rust en stilte.
We beluisteren het woord van de Schrift. Vandaag dwingt dit woord ons tot nadenken over de fundamentele waarden van het leven. We moeten een keuze maken. Waar bouwen we op: op het zichtbare, het uiterlijke of het onzichtbare (God en zijn liefde)? Op materiële waarden of op geestelijke, diepere waarden?
Ons nadenken moge uitlopen op een lofzang van dankbaarheid – het woord Eucharistie betekent ook dankzegging – om alles wat God voor ons gedaan heeft in zijn weldaden. In deze dankzegging zijn heiligen zoals St.Dominicus en vele anderen ons voorgegaan.
Wanneer we steun zochten bij waarden, die aan de dood onderworpen waren en die niet het eeuwig leven en de liefde in zich droegen, vragen we de Heer om vergiffenis door het zingen van de Kyriezang.

Kyriezang:"Laten wij roepen tot God onze Heer..."
Dienst van het Woord

Eerste lezing: Wijsheid 18,3.6-9; Harrn Plas uit Groningen

Tussenzang: “God heeft het eerste woord..."

Tweede lezing: Hebr.11,1-2,18-19; Kees de Lange uit Nijmegen (Gld)
Evangelie


Lucas 12, 32-48; diaken Kees van Duin
Homilie
Koorddanser
De lezingen van deze zondag maken weer eens duidelijk, dat het Bijbels Woord is als het lopen van een koorddanser over een gespannen koord hoog boven de grond. Alles waar we normaal onze kracht in zoeken, waar we ons aan vasthechten, waardoor we denken op stevige bodem te staan, grond onder de voeten te hebben, dat moeten we, naar het Bijbels woord, loslaten en daar afstand van doen en ons helemaal toevertrouwen aan die dunne draad, die gespannen is boven de afgrond, de draad van het geloof.
Want waar hechten we ons normaal aan in het dagelijks leven: dat is toch aan het zichtbare, wat de ogen zien, waarvan we genieten, wat we waarderen en smaken. Nee, het geloof overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen.
Normaal hechten we ons aan ons thuis, aan de familiekring, ons werk, dat geeft vastigheid zekerheid. Nee: met Abraham moeten we juist wegtrekken uit dat veilige thuis, op reis gaan een onzichtbare God achterna, passanten zijn, vreemdelingen zijn op aarde, niet afgaan op wat onze ogen zien, maar uitzien naar dat verre land van de belofte, waar je op hoopt, waarvan de schoonheid wordt voorgespiegeld, maar in concreto ziet Abraham alleen maar een dorre en droge woestijn om zich heen. Hij kent het beloofde land van horen zeggen. Daar moet hij op vertrouwen. Méér zekerheid is er niet.
En dan het evangelie: normaal hechten we aan onze bezittingen, daar omringen we ons mee, daar voelen we ons bij thuis, dat geeft veiligheid in deze wereld. Nee: doe die bezittingen weg. Er wordt gesproken over een Koninkrijk, waar je naar op zoek moet gaan. Daar zou een onuitputtelijk schat, de schat in de hemel, te vinden zijn! Maar hemeltjelief! Is hemel niet iets heel ijls, iets waar je geen enkel houvast vindt. Zo zag ik het twee weken geleden nog, toen ik uren achtereen in het vliegtuig zat. Het dichte wolkendek, waar ik vanuit het raampje op neerkeek, leek zo stevig alsof je erover zou kunnen lopen, maar inmiddels wist ik wel beter: geen enkele stevigheid en vastigheid. Je zou er zo doorheen zakken. Het is duidelijk dat het woord hemel in de bijbel een andere betekenis heeft dan het onze. Er wordt God zelf mee aangeduid. In Hem is beschutting en houvast te vinden maar op een totaal andere manier dan in de dingen, waar we in het dagelijks leven ons houvast in vinden.
En dan heeft het evangelie het over waakzaam zijn en wachten, waarop, op wie? Op de komst van de Heer, de bruidegom! Hij komt terug. Sta klaar om Hem te verwelkomen. Ja maar, hoe moet ik me dat indenken? Ik leef in deze wereld, ben druk bezig met van alles te regelen – dat wordt ook gevraagd: de Heer blijft weg en ondertussen moet ieder z’n rantsoen krijgen, dus ken je verantwoordelijkheden hier in de vorm van zorg voor mensen die jou zijn toevertrouwd. Zou ik het daarbij niet mogen laten? Nee. Leef verantwoordelijk, maar tegelijkertijd moet ik daarbij steeds in gedachten hebben dat Jezus komende is, ja zelfs ieder moment kan binnenkomen. Hij aan de deur staat en klopt. Het Schriftwoord van deze zondag roept ons op, terwijl we in het hier en nu bezig zijn, ook al met onze geest ergens ver weg te verwijlen, waarvandaan de Heer, die weggegaan is, terug zal komen.
Het is gemakkelijker atheïst te zijn
Beste mensen, is het niet veel voor de hand liggender om maar geen geloof, of een wat sceptisch geloof te hebben. Zoals mijn oma op het sterfbed. Ze ging door voor een nuchtere Friezin. En toen kwam de kapelaan, en die ging praten over het eeuwig leven, het eeuwig paradijs. Het antwoord van mijn oma was: Eerwaarde, ik weet wat ik heb, ik weet niet wat ik krijg! Met die hogere sferen, - die andere werkelijkheid, - om het zomaar te noemen, daar had mijn oma het verdraaid moeilijk mee! En, laten we zeggen, dat is iets, waar de moderne gelovige in het algemeen niet direct warm voor loopt. Eigenlijk is het gemakkelijker atheist te zijn: je houden aan wat je ziet, voelt, ruikt en tast, en over wat er voor de rest bij komt maar niet te veel praten, die andere werkelijkheid maar een beetje in het midden laten: het kan waar zijn, het kan niet waar zijn. Beter beneden in de piste blijven dan hoog in de nok gaan koorddansen. Beter maar het boeddhistisch zwijgen betrachten over zaken, die we volgens de nuchtere wetenschap toch niet kunnen bewijzen.
Je kunt jezelf niet aan de eigen haren optrekken.
En toch,…. als we het hierbij laten, - beter te zwijgen over de laatste werkelijkheden - dan komen we er helemaal niet meer uit! Want het is nu eenmaal zo, dat de wereld zichzelf niet kan verklaren. Je kunt jezelf niet aan je eigen haren optrekken. Het zichtbare wat er is, de schepping, kan niet maar eindeloos uit iets anders, ook zichtbaars, verklaard worden, er moet ooit een sprong geweest zijn. Laten we zeggen: uit de diepe gedachten van God, uit het duistere, uit het onzichtbare, kwam op een gegeven moment de schepping, het tastbare, voelbare, hoorbare, zichtbare, voort. Uit het oerduister kwam het iets, het zijn, het bestaan in het licht. Dit gaat op voor het begin, voor waar we vandaan komen. Maar evengoed voor waar we naar toe gaan, waar alles op uitloopt.
Het hemd nader dan de rok
Vandaag, beste mensen, is voor mij het hemd nader dan de rok. Ik moet als lid van de dominicanen, iets over de H.Dominicus vertellen, want het is vandaag 8 augustus, zijn feestdag. Hij was zo’n man, die passant was op deze wereld, vreemdeling – had geen steen om zijn hoofd op te leggen, - steeds op reis, trekkend, predikend over het Rijk Gods. Een minimum aan bagage droeg hij mee, zoals een mes, daarmee kon hij een tak bewerken om er een wandelstok van te maken. Verder droeg hij steeds het evangelieboek van Mattheus bij zich en de brieven van Paulus. Die kende hij bijna geheel uit het hoofd. Hij trok medebroeders aan om met hem mee rond te trekken en te prediken. De paus zag wel wat in hem en zijn predikbroeders en gaf hem aanbevelingsteksten mee. Daar konden ze bij de bisschoppen mee aankomen, want die waren niet altijd bereid om die onbekende predikers in hun bisdommen toe te laten. Dominicus voorzag in een nood, want hij liet zijn broeders eerst goed studeren, de schrift, de kerkvaders. Daaraan mankeerde het nog al eens bij de gewone predikers en priesters in die dagen. Er wordt verteld dat er gebieden waren in die vroege 13de eeuw, waar geestelijken nauwelijks een Onze Vader en Weesgegroet konden bidden! Zo trok Dominicus door Spanje, Frankrijk en Italië rond, overal communiteiten stichtend, - niet in de stilte ver weg op he platteland zoals de monastieke ordes dat hadden gedaan, nee, midden in de steden, Parijs, Toulouse, Rome, Bologna, later Keulen, waar de jeugd was en de universitaire centra. Dominicaan werd al heel snel vertaald met “Domini canes”, letterlijk, de honden van de Heer. Ze moesten flink blaffen om ingesukkelde gelovigen wakker te schudden. Zijn moeder, de Z.Johanna van Aza in Caleruega in Spanje, had, toen ze van hem in verwachting was, in een droom een hond gezien met een fakkel in zijn bek: zo zou het kind, dat geboren zou worden de hele wereld in brand zetten. Als een olievlek breidde de orde zich uit. Maar, vanwege al dat rondtrekken, was Dominicus vroeg versleten, net 51 jaar oud. Hij stierf in de brandende hitte van de zomer van 1221 op 6 augustus in Bologna, waar nog steeds zijn graf is, nu een schitterend grafmonument, waar later zelfs Michelangelo nog aan heeft bijgedragen.
Voorschot nemen op de toekomst
Terwijl zijn eerste broeders om hem heen stonden rond zijn sterfbed, waren zijn laatste woorden: ik zal in de hemel meer voor jullie kunnen doen dan ik op aarde heb gedaan. (Hij bedoelde natuurlijk dat hij dan dichter bij God zou zijn en meer voor zijn medebroeders zou kunnen pleiten). En dit werd een hymne die bij allerlei gelegenheden in onze orde nog wordt gezongen: H. Dominicus, herinnert u hoe gij gezegd hebt: ik zal in de hemel meer voor jullie kunnen betekenen dan wat ik op aarde heb gedaan.
Hier zien we, hoe een heilige, zoals onze ordesstichter, door wat hij gezegd heeft een voorschot neemt op de toekomst, iets zegt wat over zijn dood heen reikt: hij zal er zijn, hij zal bidden, liefdevol betrokken blijven op degenen die achterblijven. Voor wie gelooft is dat meer dan een vrome uitspraak. Het zegt, dat in het geheim van de levende God een heilige op zijn volgelingen vooruit blijft lopen, met zijn liefde en hart bij de zijnen blijft, die op aarde nog in zijn naam leven.
Dat is wel even iets anders dan de uitspraak van mijn lieve oma: ik weet wat ik heb, ik weet niet wat ik krijg! Toch bevindt zij zich met haar gezegde in onverwacht gezelschap, nl. dat van de H.Theresia van Lisieux. Want deze, bij zeer velen, geliefde heilige had op een gegeven moment, vlak voordat zij stierf, als 24- jarige jonge vrouw, - ze was moniale, kloosterzuster - ook grote moeite met het eeuwig leven, met wat haar na de dood te wachten zou staan. In zekere zin zei zij ook: ik weet wat ik heb, maar niet wat ik krijg. Wat ik heb, zei ze, dat is Jezus in de Eucharistie, waar Hij levend, tastbaar aanwezig is en al haar liefde ging uit naar deze aanwezigheid. Het eeuwig leven hoefde van haar niet eens, als ze niet zeker zou mogen zijn, dat ze dezelfde Jezus, die haar Eucharistisch nabij was, daar niet zou vinden. Ze was veel te bang dat ze Hem kwijt zou raken als eenmaal de drempel overschreden zou worden. Wel, ze werd gerustgesteld: haar grote liefde en bruidegom tijdens haar korte leven, zou ze blijven vinden, ook over de dood heen. En dan komt ze tot prachtige uitdrukkingen vlak voor het sterven zoals: “ik ga het leven binnen” en “ik zal rozen laten regenen over degenen die achterblijven”.
Het geloof is de hoop op de werkelijkheid van onzichtare dingen, en: houd je lendenen omgord om klaar te staan als de Heer terugkomt. Het is uit dit soort teksten, dat de kerk van alle eeuwen zich gevoed heeft. Door onze materiële gebondenheid en door de gedachte dat we voor alles wel een oplossing vinden in het hier en nu van deze tijd, is dit geloof voor een stuk verdampt en spreekt minder tot de verbeelding, maar als we even doordenken en de teksten van het Evangelie op ons laten inwerken, dan kunnen we niet anders dan zeggen: Heer ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp, en: Heer, geef dat ik waakzaam mag zijn, zoals de heiligen dat waren, Dominicus, Theresia van Lisieux en zovele anderen. Dat ik niet zo in het tijdelijke en het alledaagse opga, dat heel het verwachtingsvolle uitzien naar uw komst en uw Rijk verdwijnt uit mijn leven.
Dat mijn gezegde mag zijn, enerzijds: ik weet wat ik heb, en dat is: het geloof in God en zijn Zoon; het woord van de Schrift, dat voedt en inspireert; de sacramenten van de kerk, tekenen, waarin de liefde van God tastbaar nabij komt. Anderzijds, ik weet wat ik krijg, dit laatste zeggend in alle bescheidenheid, vertrouwend op Gods Woord – we zullen het direct weer in de geloofsbelijdenis uitspreken -: de gemeenschap van de heiligen, de vergeving van de zonden, de verrijzenis van het lichaam en het eeuwig leven. AMEN.

Credo

Voorbeden
Priester: Bidden we met vertrouwen tot de Vader en leggen we al onze noden aan Hem voor. Vragen we om de gave van een standvastig geloof en een hoop, die duurzaam is:

Lector: Leidt, Heer, uw kerk, pelgrim naar het hemels vaderland. Dat onder de christenen het verlangen levend moge blijven om het eigen geloof steeds te grondvesten in de Heer Jezus Christus.
Laat ons zingend bidden …
Ondersteun met de kracht van de H.Geest de mensen van goede wil, die zich sterk maken ten gunste van liefdevolle aandacht en respect voor iedere menselijke persoon: laat hen, bij moeilijkheden en beproevingen, erin volharden hun leven in te zetten voor de dienst aan kleinen en armen.
Laat ons zingend bidden …
Geef waakzaamheid, Heer, voor onszelf als we de richting verloren hebben,
als we bevangen raken door bezit, als we verstrikt zijn in zorgen voor de dag van morgen, dat we ons steeds herinneren dat het Koninkrijk niet onze verdienste is,
maar dat het ons gegeven wordt, dat we waakzaam blijven voor de komst van de Mensenzoon.
Laat ons zingend bidden …
Geef dat de levenswijze van de religieuzen in de kerk ons steeds eraan doet herinneren dat we hier op aarde voorbijgangers en passanten zijn en dat onze voornaamste schat verborgen ligt bij de Vader in de hemel.
Bidden we voor de orde van de Dominicanen op de feestdag van hun stichter: dat deze trouw mag blijven aan het charisma van studie en prediking, dat zij in alles de lof Gods mag zijn toegedaan.
Laat ons zingend bidden …
Voor de zieken onder ons, in de parochiegemeenschap, in familie- en vriendenkring: dat zij gesterkt mogen worden door ons gebed, dat zij omringd worden door de liefde en zorg van hun dierbaren.
Dezer dagen vindt de herdenking plaats van het vallen van de atoombom in Japan. Denken we aan de verschrikkelijke gevolgen. Vragen we, dat dit nooit meer zal gebeuren.
Bidden we tenslotte voor allen die ons dierbaar zijn en die uit ons midden zijn heengegaan: dat de Heer zich in zijn liefdevolle barmhartigheid over al onze gestorvenen mag ontfermen en hen mag opnemen in het eeuwig licht.
Laat ons zingend bidden …
Priester: Vader, aan de kleinen geeft Gij de schatten van het eeuwig Rijk. Ondersteun ons gedurende onze tocht hier op aarde, waarbij we Christus trachten van nabij na te volgen. Geef dat wij eens met hem de vreugde van het eeuwig geluk mogen delen. Door Christus onze Heer Amen
Eucharistische Dienst


Offerrande

Gebed over de Gaven.

"Onze Vader..."

Vredeswens

Communie


Slot


Dankwoord rector pater Tiemen Brouwer

Zegen en wegzending...

"Mijn schild ende betrouwe..."
Na de Viering











De familie Plas (midden) schonk een boek, "Religieus erfgoed in Groningen" geschreven door Wim & Harm Plas, aan de Friezenkerk.

De koffie werd verzorgd door Annemieke en Yvonne |