Geschiedenis v.d. Friezenkerk

Geschreven en verteld door René van Hees.

PETRUS EN DE ST.PIETERBASILIEK

Ongeveer 2000 jaar geleden stond aan de voet van de heuvel waartegen de huidige Kerk van de Friezen is gebouwd het Circus van Nero. In dit Circus van Nero is de apostel Petrus in het jaar 67 na Chr. gekruisigd. Na de kruisiging is het lichaam van Petrus vlakbij het circus begraven op een gewone begraafplaats tussen andere graven.

friezenkerk

De eerste eeuwen van het christendom werd dat graf van Petrus een pelgrimsoord voor de eerste christenen.

Toen 300 jaar later, in de tijd van de Romeinse keizer Constantijn, het christendom staatsgodsdienst werd van het Romeinse Rijk, is bovenop dat graf van Petrus de eerste St. Pieterbasiliek gebouwd. Die eerste St. Pieterbasiliek was aanvankelijk een mausoleum of grafkerk, en werd niet gebruikt voor de viering van de H. Eucharistie. Op het graf van Petrus bevond zich slechts een hoog marmeren blok.

GREGORIUS DE GROTE EN MICHAEL: DE AANLEIDING TOT DE BOUW VAN DE EERSTE KERK VAN DE FRIEZEN

Op het altaarschilderij van de Friezenkerk, rechts beneden, zien we de figuur van paus Gregorius de Grote afgebeeld. Gregorius was paus rond de eeuwwisseling van de zesde naar de zevende eeuw (590-604) en wordt wel genoemd de schakel tussen de oudheid en de Middeleeuwen. Wilden de Romeinen de eenheid van Europa bereiken door militaire macht, paus Gregorius zocht de eenheid te bereiken door het christendom te verspreiden, en de volkeren op een nieuwe wijze op Rome te oriënteren. Pelgrimages naar het graf van Petrus werden door hem bevorderd, en daartoe liet hij op het graf van Petrus in de eerste St. Pieterbasiliek een altaar bouwen, opdat de pelgrimerende volkeren van Europa op het graf van de apostel de H.Eucharistie konden vieren.

Er gaat een legende die speelt aan het begin van zijn pontificaat en die gebonden is aan het uitbreken van een pestepidemie. Indirect is dit gebeuren verantwoordelijk voor de stichting van de eerste Kerk van de Friezen.

altaarschilderij

Toen de pestepidemie namelijk uitbrak liet paus Gregorius de Grote een smeekprocessie houden, die vanuit de Santa Maria Maggiore vertrok in de richting van de Tiber. Op een gegeven moment zag hij boven het mausoleum van Hadrianus de aartsengel Michaël verschijnen op de manier zoals deze op het bovenste deel van het altaarschilderij in de Friezenkerk staat afgebeeld nl. met een zwaard in de handen. De paus zag hoe de engel het zwaard terugstak in de schede ten teken dat aan de pestepidemie een einde was gekomen. Uit dankbaarheid hebben de Romeinen toen rond het mausoleum van Hadrianus een negental Michaëlkerken gebouwd. Een daarvan zouden de Friezen zo’n tweehonderd jaar later in bezit nemen als hun vestiging in Rome. Rond deze door de Romeinen gebouwde kerk, die zich bevond op de locatie van de huidige kerk, bouwden de Friezen verblijfsgebouwen en ommuurden het omliggende gebied.

DE BEKERING VAN DE FRIEZEN: GREGORIUS, WILLIBRORD, SUITBERTUS, BONIFATIUS, LIUDGER EN KAREL DE GROTE

De bekering tot het christendom van noord-Europa is grotendeels te danken aan het optreden van paus Gregorius. Hij stuurde een veertigtal monniken naar Engeland, missionarissen om Engeland te bekeren. In Engeland was al het Keltisch christendom, maar het is toch hoofdzakelijk te danken aan de 40 missionarissen van Gregorius de Grote dat Engeland is bekeerd tot het christendom, als voornaamste eerste bastion in Noord-Europa.
- Willibrord - In een inmiddels tot het christendom bekeerd Engeland werd in het jaar 658 de H. Willibrord geboren. Op een van de medaillons in de Friezenkerk zien we hem afgebeeld. Twintig jaar van zijn leven is hij in Engeland gebleven. Toen is hij geëmigreerd naar Ierland om in te treden in een klooster van monniken-missionarissen, die het als hun opdracht zagen om noord-Europa te bekeren tot het christendom. In 690 is Willibrord scheep gegaan, en met een zeilboot samen met een aantal metgezellen via de Noordzee rond Engeland gevaren, om uiteindelijk aan wal te gaan bij de Friezen. Hun bedoeling was de Friezen te bekeren tot het Christendom. In dat gezelschap was ook Suitbertus.

HFR_4277_resize

- Suitbertus - In de kerk van de Friezen vinden we Suitbertus afgebeeld op een medaillon boven het zangkoor. Suitbertus begon zijn missiewerk in de west-Betuwe, Geldermalsen en omgeving. Daarna trok hij verder over de Rijn naar Duitsland. De naam Swiebertje gaat op hem terug. Op het medaillon staat hij afgebeeld in bisschopsgewaad, want later heeft hij in Engeland de bisschopswijding ontvangen.

HFR_4282_resize

Als we het hebben over de kerk van de Friezen dan bedoelen we niet alleen de Friezen van tegenwoordig, maar de bewoners van het hele kustgebied van Nederland, noord-Vlaanderen en het kustgebied van Duitsland aan de Noordzee tot aan Denemarken. In dat gebied komt Willibrord aan. (zie overzichtskaartjes beneden). Het lukt hem niet om meteen de Friezen bekeerd te krijgen tot het christendom. Na enkele jaren gaat hij op weg naar Rome, als eerste pelgrim uit het Friese gebied, waar hij door de paus tot aartsbisschop van de Friezen wordt gewijd. Met die opdracht keert hij weer terug naar het Friese gebied en trekt dan het hele gebied door en sticht op verschillende plaatsen kerken en kloosters. Vanaf het jaar 716, twintig jaar later, wordt hij in dat bekeringswerk bijgestaan door de Heilige Bonifatius.

friezenkaart1

een kaartfoto van het gebied van West-Europa, waar zowel Rome als de Zeven Friese Zeelanden op voorkomen

greatfriesland

friesians

een detailkaart van de Zeven Friese Zeelanden

frisia

- Bonifatius - De H. Bonifatius zien we afgebeeld op het medaillon rechts (vanuit de kerk gezien) naast het altaar. Willibrord en Bonifatius hebben in totaal drie jaar samengewerkt. Ook Bonifatius gaat na enkele jaren als tweede pelgrim uit het Friese gebied naar Rome, waar hij wordt gewijd tot aartsbisschop van de Germanen ten oosten van de Rijn. Als Willibrord in het jaar 739 in de inmiddels gestichte abdij van Echternach komt te overlijden, gaat Bonifatius zich weer ten volle bezig houden met de bekering van het Friese volk. Hij blijft dit doen tot het jaar 754 wanneer hij bij Dokkum door Friezen wordt vermoord. Deze moord wijst erop, dat aan het bekeringswerk nog geen eind is gekomen. De kerstening onder de Friezen wordt daarna nog jarenlang voortgezet door andere Angelsaksische missionarissen.

H. Bonifatius, Missionaris onder de Friezen.

- Liudger en Karel de Grote - We kunnen zeggen dat pas door het optreden van de eerste echte Fries, die tot bisschop werd gewijd, namelijk Liudger, aan het bekeringswerk een einde komt. (Helaas staat Liudger niet afgebeeld in de Friezenkerk.). We zijn dan rond het jaar 800 na Christus, en het gebied der Friezen is dan onderworpen aan keizer Karel de Grote, die het bekeringsproces ongetwijfeld sterk heeft versneld .

DE STICHTING VAN DE VERBLIJFSPLAATS VAN DE FRIESE PELGRIMS BIJ HET GRAF VAN PETRUS

In deze tijd komen de pelgrimages op gang uit het Friese gebied. De Friezen trekken in grote aantallen naar Rome en maken gebruik van de Romeinse heerbanen, die dan nog bestaan Als verblijfplaatsen onderweg werd gebruik gemaakt van b.v. kloosters, zoals die in Trier en Sankt Gallen en het klooster in het noord-Italiaanse Bobbio. Als ze dan in Rome aankomen na zo’n lange en uitputtende reis, verblijven ze in eerste instantie in de verblijfplaats van de Angelsaksen, gelegen aan het einde van de Borgo Santo Spirito, de weg die langs de kerk loopt. Vanuit deze verblijfplaats hebben ze bezit genomen van het voornoemde kerkje, dat door de Romeinen na het ophouden van de pestepidemie als dank aan de aartsengel Michaël was gebouwd. Ze hebben daar verblijfsgebouwen omheen gebouwd, ook een gebouw waar zieken verzorgd konden worden,

FRIEZENKERKOMGEVING

en ze hebben het hele gebied ommuurd, zodat er een tuin was voor de voedselvoorziening. Binnen het terrein lag een waterput, want het was een waterrijk gebied. De St.Pieter en omgeving lagen buiten de muren van de stad Rome, waardoor het er gevaarlijk was. De Friezen richtten een eigen militie op om voor de veiligheid zorg te dragen. In die tijd had je geen hotels, je had geen vliegtuigen, je had geen bus. Je had alleen maar verblijfplaatsen. En bij elke verblijfsplaats begroeven de pelgrims ook hun doden. Uit die tijd is nog overgebleven in onze huidige kerk de grafsteen van ridder Hebe die in het jaar 1004 in de Friese verblijfsplaats was overleden en begraven.

ridderhebe

Alle christelijke volkeren van Europa hadden een dergelijke verblijfplaats bij het graf van Petrus. Zo lag de verblijfplaats van de Franken op de plek van de huidige audiëntiezaal en de verblijfplaats van de Longobarden op de plek van het Apostolisch paleis.
De verblijfplaats van de Grieken lag in de oude gebouwen van het Circus Maximus vlakbij de Aventijn.
De nederzetting van de Friezen wordt voor het eerst vermeld in een pauselijke bul uit het jaar 799, en het vermoeden bestaat dat Karel de Grote zich persoonlijk met de oprichting ervan heeft bemoeid. Veel Friezen vochten namelijk in het leger van Karel de Grote.

- Magnus - Achter in de kerk, links boven een zijdeur, is een Latijnse inscriptie aangebracht, waarop de legende staat beschreven van drie Friese ridders en een dienstmaagd, die dienden in het leger van Karel de Grote. Met deze keizer zakten ze af naar zuid-Italië.
Op de terugtocht bij Fondi vonden ze het lichaam van de H. Magnus. De heilige Magnus was een martelaar en bisschop uit de Romeinse periode. Ze hadden het plan opgevat het lichaam van deze Heilige mee te nemen naar Friesland. Maar uiteindelijk hebben ze het lichaam van de H. Magnus in hun eigen verblijfplaats in Rome achtergelaten. Alleen een arm is naar Friesland vervoerd.

latijnse

Dat is de reden dat de Friezenkerk niet alleen is opgedragen aan de aartsengel Michaël, maar ook aan de H. Magnus. We zien hem dan ook afgebeeld op het altaarschilderij links van de H. Michaël met evangelieboek en martelaarspalm in de hand..

DE VERWOESTING VAN DE FRIESE VERBLIJFSPLAATS EN VAN DE EERSTE KERK VAN DE FRIEZEN: PAUS GREGORIUS VII EN KEIZER HENDRIK IV

We komen nu bij een heel dramatisch jaar, het jaar 1084. In dat jaar wordt de verblijfplaats van de Friezen door de Noormannen verwoest. 1084 was het beginjaar van de z.g. investituursstrijd. Deze strijd staat bekend als het conflict tussen de keizer van het Heilige Roomse Rijk, in die tijd Hendrik IV, en de toenmalige paus Gregorius VII met als inzet de benoeming van de bisschoppen. De keizer vond om politieke redenen dat hij in zijn eigen territorium bisschoppen mocht benoemen. De paus zei: ik heb alleen het recht tot benoeming van bisschoppen! Hendrik IV wilde ondanks het zware conflict dat hij had met de paus toch door hem in Rome worden gekroond tot keizer van het Heilige Roomse Rijk. Gregorius weigerde.

vatican

Vervolgens is Hendrik met zijn leger naar Rome getrokken om zijn kroning af te dwingen. Toen Gregorius hoorde dat de keizer met zijn leger in aantocht was, heeft hij zijn toevlucht genomen in de Engelenburcht, het voormalige mausoleum van Hadrianus, in die tijd een onneembare vesting. Hendrik stationeerden zijn leger in de verblijfplaats van de Friezen, die tot zijn rijk behoorden. Hij werd door de Friezen van harte welkom geheten als hun keizer. Toen Hendrik hoorde dat de paus verschanst zat in de Engelenburcht, heeft hij een door hemzelf aangestelde tegenpaus, Clemens III, erbij gehaald, en deze heeft hem toen tot keizer gekroond in de St. Pieter. Gregorius zat intussen niet stil. Hij stuurde een koerier naar zuid-Italië, waar de Noormannen een koninkrijk hadden. Hun koninkrijk in zuid-Italië was gesticht vanuit Normandië in Frankrijk, waar de Noormannen zich eerder gevestigd hadden. Ze waren langs Gibraltar via de Middellandse zee naar Sicilië gegaan en hebben daar een koninkrijk gesticht. De Noormannen zijn daar gebleven, wat betekent dat de huidige Sicilianen deels afstammen van de Noormannen. Met hun leger zijn zij de paus te hulp gekomen. Ze waren immers al tot het christendom bekeerd. Toen keizer Hendrik IV hoorde dat de Noormannen eraan kwamen, is hij met zijn leger richting noord-Italië gevlucht, de Friezen aan hun lot overlatend. De Noormannen hebben toen eerst de paus bevrijd uit de Engelenburcht en daarna de verblijfplaats van de Friezen met de grond gelijk gemaakt. Alle Friese bewoners van de verblijfsplaats zijn daarbij om het leven gekomen.

Van de verblijfsplaats bleef alleen nog over een stuk fundament uit de Karolingische periode die men via een doorkijk in de vloer van de linker zijbeuk (via een onderliggende spiegel) kan bekijken, en verder een stuk Romeinse vloer dat gedurende de restauratie van 2007 – 2011 is ontdekt in de Gedachteniskapel. Over de grafsteen van ridder Hebe, ingemetseld in de achtermuur van de kerk, is al eerder gesproken.

Zestig jaar lang heeft het terrein braak gelegen, en pas daarna is de huidige kerk gebouwd. Deze tweede kerk, waarschijnlijk gebouwd door de Friezen, werd ingewijd in het jaar 1141 door paus Innocentius II.

inwijding

Een brokstuk van de wijdingsinscriptie vindt u nog steeds aan uw rechterzijde als u de kerk binnenkomt boven de inscriptie die herinnert aan het pausbezoek in 1995 van paus Johannes Paulus II.

DE KERK VAN DE FRIEZEN RAAKT IN ONBRUIK: DE ROL HIERBIJ VAN DE SANTA MARIA DELL’ ANIMA

Daarna brak een zwakke periode aan. Het is bekend dat verschillende fries/nederlandssprekende priesters in de periode na 1141 de kerk nog hebben bediend. Maar door opeenvolgende gebeurtenissen raakten de noorderlingen langzamerhand de kerk kwijt. Het laatste gegeven dateert uit het jaar 1513, wanneer de kerk definitief in eigendom komt van het Kapittel van de St.Pieter.
Dat het zo kon lopen, komt omdat de Nederlanders een zekere onverschilligheid ten opzichte van deze kerk gingen tonen. Honderd jaar eerder was namelijk bij Piazza Navona een pension met kapel ontstaan voor Nederlands/Duitssprekenden pelgrims, opgericht door Jan Pieterszoon en zijn vrouw Katrien, een Dordts echtpaar, en de Nederlandssprekenden gingen bij voorkeur daar logeren. Dit groeide later uit tot een broederschap, en een kerk met studentencollege, en dit complex bestaat nog steeds onder de naam Santa Maria dell’Anima, en is nu de nationale kerk van de Duitssprekenden. Maar nog steeds zit een Nederlander in het bestuur en mag een Nederlandse student van het college gebruik maken. De enige Nederlandse paus, Adrianus VI, heeft in deze kerk dan ook zijn grafmonument.

adrianus3

grafadrianus1

grafadrianus2

Foto's Santa Maria Dell' Anima en het graf van Adrianus VI

NIEUWE EIGENAREN RESTAUREREN DE KERK

Het kapittel van de St. Pieter, vanaf 1513 eigenaren van de kerk van de Friezen, heeft de kerk in de 17de eeuw van een heilige Trap voorzien, die vanaf de straat naar het priesterkoor liep. Nu is daar een muur tussen gebouwd, waardoor een H. Trapkapel ontstond. Wie deze kapel binnenloopt vindt er een gedachtenismuur die in het jaar 2001 gereed kwam. Deze muur is dus niet historisch, maar werd opgetrokken van stenen (kloostermoppen) uit oude kloosters en kerken in het Friese gebied, verzameld door Dhr. Loadewyk Damsma uit Joure. In het Heilig Jaar 2000 werden deze stenen door pelgrims naar Rome gebracht.

heiligetrap
Heilige Trap

gedachtenis

Gedachtenismuur

- Lodewijk van Wittel - Rond het jaar 1760 heeft het Kapittel van de St. Pieter de kerk ingrijpend gerestaureerd. Het was een periode van veranderingen in de bouwstijl: de barokstijl werd toegepast. Het neoclassicisme kwam op. De hele kerk werd ingepakt in stucwerk, zoals we dat nu zien: stucwerk om de pilaren, stucwerk om de bogen. In die periode zijn ook de medaillons gerealiseerd. Dat de restaurateurs een groot gevoel hebben gehad voor de historie van de kerk blijkt uit het feit, dat degenen, die een belangrijke rol hebben gespeeld in de geschiedenis van de verblijfplaats van de Friezen, op de medaillons staan afgebeeld. Dat geldt ook voor de bouwheer van de eerste kerk, nl. paus Leo III. Hij staat afgebeeld op het medaillon links van het altaar met een tekening van de eerste kerk in zijn hand. Dat gevoel voor historie is misschien te danken aan het feit, dat een Nederlander zich bijna rechtstreeks met de restauratie van de kerk in het jaar 1760 heeft bemoeid. Hij heette Lodewijk van Wittel en was in die tijd architect van de St. Pieter. Hij was een telg uit een Nederlandse emigrantenfamilie, die in Italië is gebleven en zich onderscheidde op het gebied van kunst en architectuur. Zijn naam is later veritaliaanst tot Luigi Vanvitelli, bij de Italianen vooral bekend omdat hij ook de architect was van het koninklijk paleis te Caserta in het vroegere koninkrijk Napels. (Er zijn echter ook historici, die van mening zijn, dat de historische invulling van de ovalen van latere tijd is, en moet worden toegeschreven aan de restaurateurs van de kerk na de brand van 1860)

DE KERK VAN DE FRIEZEN WEER TERUG IN NEDERLANDSE HANDEN: MARTINUS MUSKENS

In 1989 is de kerk weer teruggekomen in Nederlandse handen. Degene die zich daar met name voor heeft ingezet was Mgr. Martinus Muskens, voormalig bisschop van Breda, in dat jaar rector van het Nederlands College in Rome. Hij is met het Kapittel van de St. Pieter gaan praten, heeft gewezen op de historische banden tussen de Nederlanders en deze kerk, en heeft het Kapittel zover weten te krijgen om het gebruiksrecht van de kerk weer aan de Nederlanders terug te geven. Er is toen een kerkbestuur gevormd, de Stichting Willibrordcentrum. Gelijktijdig werd in Nederland de Stichting "Vrienden van de Kerk van de Friezen" opgericht, die zich inzet voor de materiële ondersteuning van de kerk.

ondertekening1989

HET DOOPVONT VAN ST. SERVATIUS

U kwam in dit historisch overzicht reeds de gedachtenismuur tegen, die na het Heilig Jaar 2000 door de Friezen is opgemetseld. Wel, de Limburgers hebben daar niet bij achter willen blijven. We zagen al dat met de Friezen in de naam ‘Friezenkerk’ niet alleen de Friezen van tegenwoordig worden aangeduid. Historisch gezien omvatten de zeven Frieslanden ooit een veel groter gebied. Vandaar dat alle Nederlanders zich bij de kerk betrokken kunnen voelen. Uit Limburg komt dan ook de prachtige doopvont, die in 2006 aan de kerk werd geschonken, en die te vinden is in de rechterzijbeuk. Op de doopvont vindt u een tekst met aan de ene zijde het wapen van het Kapittel van de St. Servaas in Maastricht en aan de andere zijde het wapen van het Kapittel van de St. Pieter. Het handvat van het deksel van de doopvont heeft de vorm van de Romeinse brug over de Maas in Maastricht. Door deze doopvont is ook zuidelijk Nederland markant in de kerk aanwezig.

doopvont

En dit wordt in het bijzonder benadrukt door de reliek van St. Servaas, die paus Johannes Paulus II bij de altaarwijding in 1995, samen met de relieken van St. Willibrord en St. Magnus, in het altaar heeft geplaatst.

paus