De geschiedenis van de Friezenkerk in Rome

Ongeveer 2000 jaar geleden lag aan de voet van de heuvel, waartegen de huidige Kerk van de Friezen is gebouwd, het Circus van Nero. Hier is de apostel Petrus in het jaar 67 na Chr. gekruisigd en vlakbij het circus begraven op een gewone begraafplaats tussen andere graven. Al snel werd het graf van Petrus een pelgrimsoord voor de eerste christenen. 300 jaar later besloot de Romeinse keizer Constantijn bovenop het graf van Petrus de eerste St. Pieterbasiliek te bouwen

Gregorius de Grote en de Aartsengel Michaël

Paus Gregorius de Grote (590-604) wordt wel de schakel genoemd tussen de Oudheid en de Middeleeuwen. Pelgrimages naar het graf van Petrus werden door hem bevorderd.

Toen er een pestepidemie uitbrak liet paus Gregorius de Grote een smeekprocessie houden, die vanuit de Santa Maria Maggiore vertrok in de richting van de Tiber. Op een gegeven moment zag hij boven het mausoleum van Hadrianus de aartsengel Michaël verschijnen met een zwaard in de handen. De paus zag hoe de engel het zwaard terugstak in de schede ten teken dat aan de pestepidemie een einde was gekomen. Uit dankbaarheid hebben de Romeinen toen rond het mausoleum van Hadrianus een negental Michaëlkerken gebouwd. Een daarvan namen de Friezen zo’n tweehonderd jaar later in bezit als hun vestiging in Rome. Om de kerk bouwden de Friezen verblijfsgebouwen en ze ommuurden het omliggende gebied.

Gregorius, Willibrordus, Suitbertus, Bonifatius, Liudger en Karel de Grote

Paus Gregorius stuurde een veertigtal monniken naar Engeland om de mensen daar te bekeren. Zij maakten Engeland tot het eerste christelijke bastion in Noord-Europa.

In 658 wordt daar Willibrord geboren. Hij staat afgebeeld op een van de medaillons in de Friezenkerk . In 690 is Willibrord met een aantal metgezellen scheep gegaan om de Friezen te gaan bekeren tot het Christendom. In dat gezelschap was ook Suitbertus. Ook hij staat afgebeeld op een medaillon in de Friezenkerk.

Het lukt Willibrord niet meteen om de Friezen te bekeren tot het christendom. In Rome wordt hij toch tot aartsbisschop van de Friezen gewijd. Hij trekt vervolgens het hele friese gebied door en sticht op verschillende plaatsen kerken en kloosters. Vanaf 716 wordt hij bijgestaan door Bonifatius.

Het friese territorium in de Middeleeuwen

Het gebied van de Friezen besloeg in die tijd het kustgebied van Nederland, Noord-Vlaanderen en het kustgebied van Duitsland aan de Noordzee tot aan Denemarken.

Bonifatius en Willibrord hebben in totaal drie jaar samengewerkt. Ook Bonifatius gaat na enkele jaren als tweede pelgrim uit het Friese gebied naar Rome, waar hij wordt gewijd tot aartsbisschop van de Germanen ten oosten van de Rijn. Als Willibrord in het jaar 739 in de inmiddels gestichte abdij van Echternach komt te overlijden, gaat Bonifatius zich weer ten volle bezig houden met de bekering van het Friese volk. Hij blijft dit doen tot het jaar 754, het jaar dat hij bij Dokkum wordt vermoord. De eerste echte Fries, die tot bisschop werd gewijd is Liudger.

Friese pelgrims bij het graf van Petrus

Rond het jaar 800 trekken de Friezen in grote getale naar Rome. Als ze uiteindelijk in Rome aankomen na een lange en uitputtende reis, kunnen ze terecht bij hun landgenoten die dichtbij het graf van Petrus een zogenaamde Scolae beheren waar de reiziger wordt opgevangen en kan uitrusten.

Alle christelijke volkeren van Europa hadden een dergelijke Scolae bij het graf van Petrus. De nederzetting van de Friezen wordt voor het eerst vermeld in een pauselijke bul uit het jaar 799, en het vermoeden bestaat dat Karel de Grote zich persoonlijk met de oprichting ervan heeft bemoeid. Veel Friezen vochten namelijk in het leger van Karel de Grote. Achter in de kerk, links boven een zijdeur, is een Latijnse inscriptie aangebracht, waarop de legende staat beschreven van drie Friese ridders en een dienstmaagd, die dienden in het leger van Karel de Grote. Met deze keizer reisden ze naar Zuid-Italië.

Op de terugtocht bij Fondi vonden ze het lichaam van de heilige Magnus. De heilige Magnus was een marteelaar en bisschop uit de Romeinse periode. Ze hadden het plan opgevat het lichaam van deze heilige mee te nemen naar Friesland. Maar uiteindelijk hebben ze het lichaam van de Magnus in hun eigen verblijfplaats in Rome achtergelaten. Alleen een arm is naar Friesland vervoerd.

Dat is de reden dat de Friezenkerk niet alleen is opgedragen aan de aartsengel Michaël, maar ook aan de heilige Magnus. We zien hem dan ook afgebeeld op het altaarschilderij links van de heilige Michaël met evangelieboek en martelaarspalm in de hand.

Conflict leidt tot verwoesting

Het jaar 1084 is het beginjaar van de zogeheten investituursstrijd. Deze strijd staat bekend als het conflict tussen de keizer van het Heilige Roomse Rijk Hendrik IV en de toenmalige paus Gregorius VII, met als inzet de benoeming van de bisschoppen. Het leidde uiteindelijk tot de verwoesting van de Friese scolae in Rome.
De keizer vond om politieke redenen dat hij in zijn eigen territorium bisschoppen mocht benoemen. De paus zei: “ik heb alleen het recht tot benoeming van bisschoppen”. Hendrik IV wilde ondanks het zware conflict dat hij had met de paus toch door hem in Rome worden gekroond tot keizer van het Heilige Roomse Rijk. Gregorius weigerde.

Vervolgens is Hendrik met zijn leger naar Rome getrokken om zijn kroning af te dwingen. Toen Gregorius hoorde dat de keizer met zijn leger in aantocht was, heeft hij zijn toevlucht genomen in de Engelenburcht, in die tijd een onneembare vesting. Hendrik stationeerden zijn leger in de verblijfplaats van de Friezen, die tot zijn rijk behoorden. Hij werd door de Friezen van harte welkom geheten als hun keizer. Hendrik benoemde een tegenpaus, Clemens III, en deze heeft hem in de St. Pieter tot keizer gekroond. Gregorius zat intussen niet stil. Hij stuurde een koerier naar Zuid-Italië, waar de Noormannen een koninkrijk hadden gesticht. Met hun leger zijn zij de paus te hulp gekomen. Toen keizer Hendrik IV hoorde dat de Noormannen eraan kwamen, is hij met zijn leger richting Noord-Italië gevlucht, de Friezen aan hun lot overlatend. De Noormannen hebben de verblijfplaats van de Friezen vervolgens met de grond gelijk gemaakt. Alle Friese bewoners van de verblijfsplaats zijn daarbij om het leven gekomen.

 Zestig jaar lang heeft het terrein braak gelegen en pas daarna is de huidige kerk gebouwd. Deze tweede kerk, waarschijnlijk gebouwd door de Friezen, werd ingewijd in het jaar 1141 door paus Innocentius II.

Een brokstuk van de wijdingsinscriptie vindt u nog steeds aan uw rechterzijde als u de kerk binnenkomt boven de inscriptie die herinnert aan het pausbezoek in 1995 van paus Johannes Paulus II.

Kerk raakt in onbruik

Door opeenvolgende gebeurtenissen raakten de noorderlingen langzamerhand de kerk kwijt. Het laatste gegeven dateert uit het jaar 1513, wanneer de kerk definitief in eigendom komt van het Kapittel van de St.Pieter. Honderd jaar eerder was namelijk bij Piazza Navona een pension met kapel ontstaan voor Nederlands-Duits-sprekende pelgrims. Dit groeide later uit tot een broederschap, en een kerk met studentencollege. Dit complex bestaat nog steeds onder de naam Santa Maria dell’Anima, en is nu de nationale kerk van de Duitssprekenden. Nog steeds zit een Nederlander in het bestuur en mag een Nederlandse student van het college gebruik maken. De enige Nederlandse paus, Adrianus VI, heeft in deze kerk zijn grafmonument.

De heilige trap

Het kapittel van de St. Pieter, vanaf 1513 eigenaren van de kerk van de Friezen, heeft de kerk in de 17de eeuw van een heilige trap voorzien, die vanaf de straat naar het priesterkoor liep. Later is daar een muur tussen gebouwd, waardoor een heilige trapkapel ontstond.

Restauratie 18e eeuw

Rond het jaar 1760 heeft het Kapittel van de St. Pieter de kerk ingrijpend gerestaureerd. De barokstijl werd toegepast. Het neoclassicisme kwam op. De hele kerk werd ingepakt in stucwerk,  om de pilaren en om de bogen. In die periode zijn ook de medaillons gerealiseerd. Dat de restaurateurs een groot gevoel hebben gehad voor de historie van de kerk blijkt uit het feit, dat degenen, die een belangrijke rol hebben gespeeld in de geschiedenis van de verblijfplaats van de Friezen, op de medaillons staan afgebeeld. Dat geldt ook voor de bouwheer van de eerste kerk, paus Leo III. Hij staat afgebeeld op het medaillon links van het altaar met een tekening van de eerste kerk in zijn hand.

Kerk terug in Nederlandse handen: Martinus Muskens

In 1989 is de kerk weer teruggekomen in Nederlandse handen. Degene die zich daar met name voor heeft ingezet was Martinus Muskens (1935-2013), de latere bisschop van Breda, toentertijd rector van het Nederlands College in Rome. Hij is met het Kapittel van de St. Pieter gaan praten, heeft gewezen op de historische banden tussen de Nederlanders en deze kerk, en heeft het Kapittel zover weten te krijgen om het gebruiksrecht van de kerk weer aan de Nederlanders terug te geven. Er is toen een kerkbestuur gevormd, de Stichting Willibrordcentrum. Gelijktijdig werd in Nederland de Stichting “Vrienden van de Kerk van de Friezen” opgericht, die zich inzet voor de materiële ondersteuning van de kerk.

Ondertekening contract gebruikersrecht door mgr. Muskens

Op 12 november 1995 werd door paus Johannes Paulus II het altaar van de Friezenkerk geconsacreerd