Rechterzijbeuk

Mariabeeld

In het rechterzijschip staat in een nis een beeld van Maria. Het beeld is van stucwerk, vervaardigd door een anonieme kunstenaar in de 18de eeuw. De Madonna heeft een krans van sterren om haar hoofd, de maan (sikkel) onder haar voeten. Ook kronkelt er een slang onder haar voeten. In dit beeld vinden we terug: de voorspelling van Genesis 3,15 (‘Vijandschap sticht ik tussen u (de slang) en de vrouw, tussen uw kroost en het hare.’) en het beeld van de vrouw uit Apocalyps 12,1 (‘Er verscheen een groot teken aan de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren.’).

Velen blijven er een moment staan, steken een (waxine-)lichtje aan en spreken een gebed uit. In het herdenkingsboek laten bezoekers overlijdenskaartjes achter, waarmee overledenen worden herdacht.

Lees verder

Gedenkplaquette Mgr. Muskens

Op 9 november 2014 onthulde Mgr. W.J. Eyk in aanwezigheid van dhr. Jorritsma  (Commissaris van de Koning in Friesland), dhr. Nijpels (Voorzitter van de Stichting Vrienden van de Friezenkerk), Pater Tiemen Brouwer (toenmalig rector van de Friezenkerk) en diaken Kees van Duin een gedenkplaquette voor Mgr. Tiny Muskens.

Sint Ludger

In een T.V.-interview in 2014 zei kardinaal Eijk dat als er één beeltenis in de Friezenkerk zou moeten komen, dat van Sint Ludger zou moeten zijn. Ludger (ca. 742 – 809) was immers de eerste Fries die zelf missionaris werd, na de periode waarin geloofsverkondigers uit niet-Friese landen (Engeland, Frankrijk) in Friesland missioneerden. Deze woorden knoopte een bezoeker, dhr. de Wit uit Uelsen in Duitsland, in de oren. Toen zijn vrouw van een zware ziekte werd genezen, wat hij als een gebedsverhoring zag, beloofde hij als dank aan de Friezenkerk een beeldje van St. Ludger te schenken. Het werd op 8 mei 2016 meegebracht door een pelgrimsgroep uit de St. Ludgerparochie uit Lichtenvoorde (Achterhoek) en aan de Friezenkerk geschonken. Het beeldje is te vinden bij de doopvont, vlak bij de gedachtenisplaquette van Mgr. Muskens.

Lees verder

 

Doopvont

In veel kerken is een doopkapel te vinden bij de ingang van de kerk. Door het doopsel wordt iemand opgenomen in de kerk, treedt iemand binnen in de geloofsgemeenschap, krijgt iemand deel aan het nieuwe leven van Christus: de kiem van het eeuwige leven.

De doopvont in de Friezenkerk bevindt zich ook bij de ingang. Deze werd op 27 augustus 2006 geschonken door het dekenaat Maastricht. Ooit stond hij opgesteld in de Augustijnenkerk – St.Jozefkerk, ‘de Awwe Stiene’, de kerk van de paters Augustijnen in Maastricht, totdat deze aan de eredienst werd onttrokken.

De vont is van graniet, Ardenner blauwsteen. De ingebeitelde tekst is ontleend aan hoofdstuk VI uit de brief van Paulus aan de Romeinen:
‘ + BAPTISMO HOMO MORITUR PECCATO ET INCIPIT VIVERE IN CHRISTO’ (Door het doopsel sterft de mens aan de zonde en begint te leven in Christus).

Dit is het waterbekken van de Doopvont. In de plechtige Paaswake wordt hierin het nieuwe doopwater gewijd. Na Beloken Pasen wordt deze met het gewijde water weer in het Doopvont terug geplaatst om het hele jaar gebruikt te worden bij dopen en zegeningen.

Lees verder

Biechtstoel

In het sacrament van boete en verzoening (de biecht) kun je als gelovige ten overstaan van een priester je zonden belijden in het vertrouwen dat God bereid is je opnieuw te vergeven. Biechten kan in de biechtstoel of op een andere plek die je met de priester afspreekt.

Antoniusbeeld

In het rechterzijschip vlak bij de sacristie staat een beeld van de H. Antonius. Deze eerste Franciscaanse heilige, met een schitterende Basiliek in Padua, is geliefd bij Italianen en Nederlanders. Wij roepen hem te hulp als we iets verloren hebben: “Heilige Antonius, beste vrind, zorg, dat ik m’n  ….  (vult u maar in) weer vind”. De Italianen wenden zich op een bredere wijze tot de Heilige. Zij zeggen eenvoudig: “Sant’ Antonio, pensaci tu”, in de zin van: Antonius, jij moet er maar aan denken, jij moet maar een oplossing vinden voor …….(vult u het probleem maar in). Voor hen is hij ‘Il Santo’, de heilige dus bij uitstek. Het feit dat er altijd wel een kaarsje bij het beeld van de H. Antonius staat opgesteld, wijst er op  dat hij ook in de Friezenkerk z’n aanhangers heeft.

Grafsteen Cristoforo Cabrera, 1598

De uit Spanje afkomstige priester Cristoforo Cabrera was kanunnik van de
St. Pieter en weldoener van de kerk. Hij liet in de Friezenkerk enkele restauraties uitvoeren. In 1591 laat hij een altaar plaatsen, toegewijd aan Maria Onbevlekte Ontvangenis.  Een beeld van haar sierde het altaar en in 1598 wordt hij bij dit altaar begraven.

Grafsteen Elisabetha Cabrera, 1599

Elisabetha was de zus van Cristoforo Cabrera. Zij stierf in 1599, een jaar na het overlijden van haar broer en werd bij het Maria altaar begraven dat haar broer had laten plaatsen tegen de achtermuur van wat nu de sacristie is. Tijdens de restauratie van de kerk van 1756-1759 werd dit altaar verplaatst naar het midden van de rechterzijbeuk, waar zich nu nog de nis bevindt met het beeld van Maria onbevlekte Ontvangenis. De grafstenen van Elisabetta en Cristoforo werden links van het nieuwe altaar in de muur ingemetseld. Rechts van dit altaar is een gedenkplaat voor Cristoforo Cabrera te zien.

Grafsteen Nicolaus Spedalieri, 1795

Siciliaan Nicolaus Spedalieri, geboren in 1740, was priester en professor aan het seminarie van Monreale. Daar gaf hij onderricht in verschillende takken van de wetenschap, o.a. filosofie, geschiedenis en mathematica. Daarnaast was hij publicist. Toen een boek van hem door zijn directe overste werd verboden, spoedde hij zich in 1773 naar Rome. Daar werd het verbod ingetrokken. Hij bleef in Rome en kwam tot verscheidene nieuw publicaties waaronder in 1791 ’ Diritti dell’ uomo. Dit werd zijn meest bekende werk, zowel bejubeld als verguisd. In dit boek schrijft hij dat ‘De Rechten van de mens’ van de Franse revolutie al in het Evangelie te vinden zijn en dat de geopenbaarde religie allerbelangrijkst is voor het welzijn van de volkeren. Paus Pius VI nam hem op onder de ‘beneficiati’ van de St. Pieter, slechts aan Romeinse burgers voorbehouden. Spedalieri stierf onverwacht vlak voor zijn 55ste verjaardag, hetgeen het verhaal gevoed heeft dat hij zou zijn vergiftigd.