1. Alleluia.
    U, Heer, loof ik met heel mijn hart in de kring der gerechtigden die raad schaffen.
  2. Groot zijn de werken van de Heer — kostbaar voor allen die zich daarover verheugen.
  3. Zijn daden stralen van glorie en luister en Zijn gerechtigheid houdt eeuwig stand.
  4. Zijn wonderen zijn in het geheugen gegrift. Genadig en barmhartig is de Heer.
  5. Voedsel geeft Hij aan wie Hem vrezen. Gedachtig voor eeuwig is Hij Zijn Verbond.
  6. Zijn volk deed Hij Zijn machtsdaden kennen. Hun schonk Hij het heidense erfdeel.
  7. Waarheid en recht zijn het werk  Zijner handen. Onveranderlijk al Zijn geboden.
  8. Onwrikbaar voor altijd en eeuwig, gedragen door waarheid en trouw.
  9. Hij heeft Zijn volk verlossing gebracht, Zijn Verbond voor eeuwig bekrachtigd.
    Heilig en ontzagwekkend is Zijn Naam.
  10. Aanvang van wijsheid is de vrees voor de Heer; heilzaam inzicht voor wie dit betracht.
    Zijn lof blijft in eeuwen altijd.

Een loflied voor de Heer om het werk Zijner handen te prijzen in dankbaarheid om Zijn Verbond met ons voor altijd. Wij belijden van Hem te zijn en Hem toe te behoren.
Wij loven Hem, wij danken Hem, wij belijden Hem. Zo groot is onze vreugde dat wij Hem niets vragen, geborgen als wij zijn in Zijn trouw en in Zijn bekommernis om ons — afzonderlijk en gezamenlijk.

Een enkeling heft de lofprijzing aan en doet dat zonder enige terughoudendheid met zijn van blijheid en dankbaarheid overvloeiende hart. Zich wendend tot anderen bezingt hij de wonderdaden des Heren die het verleden aangaan maar ook voor het heden gelden.

Voor Zijn volk richtte Hij het Paschamaal aan en hij bevrijdde hen uit Egypte. Hij spijzigde hen in de woestijn met het manna. Hij schonk hun de Tien Geboden. Hij leidde hen, de uitverkorenen, ten koste van de daar wonenden het Beloofde Land binnen.

Zoals het Paaslam in de nacht vóór de uittocht geslacht is, zo ook Christus op Golgotha als het Lam Gods dat de bevrijding van aller zonden heeft teweeggebracht.
Zoals de Joden de slachting van het Paaslam geritualiseerd blijven vieren, zo ook de Christenen, indachtig het ene offer van Christus dat de verlossing van alle mensen heeft bewerkstelligd. Het Oude Verbond is opgegaan in het Nieuwe en eeuwige Verbond dat staat voor altijd.
De Vaderen hebben het manna in de woestijn gegeten maar zijn evengoed gestorven, wie Christus als het brood des levens eet, blijft leven in eeuwigheid (cf. Jo 6,31-35).
Mozes ontving de Tien Geboden. De tweede Mozes, Christus, gebood die te onderhouden en Hij voegde daaraan de Zaligsprekingen als nadere uitleg toe.
Zoals de Israëlieten het Beloofde Land geschonken kregen, zo de Christenen de Kerk als voertuig van de genadegaven — de Schrift en de Sacramenten.

Waarheid en trouw trekken samen op en niet minder waarheid en recht.

God is waar in al Zijn daden. Zij getuigen van volmaakte gerechtigheid en volkomen verbondenheid. Zo de Vader, zo de Zoon. Christus is de waarheid, zoals Hij de weg is en het leven (Jo 14,6): ‘Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.’

De Naam des Heren is heilig. Te verheven om uit te spreken. Zijn Naam is huiveringwekkend en fascinerend. Hij is de enige Heilige. ‘Wees heilig; want Ik ben heilig.’ (cf. Lv 19,2) Geopenbaard heeft Hij Zich in Jezus Christus, mens geworden omwille van ons mensen. Daarom is de Naam van Jezus boven alle namen verheven en buigt zich bij het noemen van Zijn Naam elke knie en belijdt elke tong ‘tot eer van God, de Vader, Jezus Christus is de Heer’ (Fil 2,11).

Wie zo God belijdt in lof en dank — in herinnering roepend Gods genaderijke daden in verleden en heden, die vangt aan te begrijpen wat wijsheid is.
‘Het begin van de wijsheid is de vrees [het ontzag, de eerbied] voor de Heer. De Hoogheilige kennen is inzicht.’ (Spr 9,10)
‘Waar komt de wijsheid vandaan, weet iemand waar zij woont?’, zo Job in het naar hem genoemde boek (28,20.23.28): ‘God alleen kent de weg naar haar toe. Hij weet waar zij zich ophoudt. Hij zegt tot de mens: “Wijsheid? Wijsheid is God vrezen en het kwaad vermijden”.’

Antoine Bodar.